tegenwerping

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·wer·ping
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenwerping tegenwerpingen
verkleinwoord tegenwerpinkje tegenwerpinkjes

Zelfstandig naamwoord

tegenwerping v

  1. bezwaar
    • Ondanks enige tegenwerpingen van de oppositie wist de minister het voorstel aangenomen te krijgen. 
     En boven op de praktische tegenwerpingen kwam het rechtssysteem.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be