prominent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·mi·nent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, verder te herleiden tot het Latijnse prominens. In de betekenis van ‘vooraanstaand’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1] [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen prominent prominenter prominentst
verbogen prominente prominentere prominentste
partitief prominents prominenters -

Bijvoeglijk naamwoord

prominent [3]

  1. belangrijk, duidelijk onderscheidbaar van de rest, op de voorgrond tredend
    • Muziek neemt een prominente plaats in de film in. 
    • Angkor Wat staat prominent op de Cambodjaanse vlag. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

prominent

  1. prominent


Engels

stellend vergrotend overtreffend
prominent more prominent most prominent

Bijvoeglijk naamwoord

prominent

  1. prominent, vooraanstaand


Frans

Werkwoord

prominent

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van prominer
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   prominent prominents
  vrouwelijk   prominente prominentes

Bijvoeglijk naamwoord

prominent

  1. (verouderd) boven iets uit stekend, uitstekend [2][1]

Verwijzingen

  1. Tegenwoordig wordt vooral proéminent gebruikt.


Pools

Zelfstandig naamwoord

prominent m

  1. prominent persoon
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /prɔmɪnɛnt/
Woordafbreking
  • pro·mi·nent

Zelfstandig naamwoord

prominent mbezield

  1. prominent persoon
Verbuiging


Afgeleide begrippen

Verwijzingen