pres

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pres
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
pressen

pres

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pressen
    • Ik pres. 
  2. gebiedende wijs van pressen
    • Pres! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pressen
    • Pres je? 


Bretons

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

pres

  1. (meubel) kas

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • pres
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse premō

Zelfstandig naamwoord

pres monbezield

  1. (verouderd) pers
  2. (spreektaal) druk
Verbuiging
Synoniemen
  1. lis monbezield
  2. tlak monbezield
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

pres

  1. genitief meervoud van preso