pressen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pres·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘dwingen tot dienstneming’ voor het eerst aangetroffen in 1591-1602 [1]
  • [1] gevormd uit Frans  presser ww  met het achtervoegsel -en [2][3]
  • [2], [3] gevormd uit Engels  press ww  met het achtervoegsel -en [4][5]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pressen
preste
geprest
zwak -t volledig

Werkwoord

pressen

  1. overgankelijk met kracht samendrukken
    • (…) het was gelooid maar nog geen keihard zoolleer, daarom werd het met nagels aan rekken gehangen en op de droogzolder gezet. Halfdroog op malkaar onder gewichten gelegd om niet op te krullen, zelfs twee tot driemaal herophangen en nadien weer pressen om het leer absoluut effen plat te krijgen. [6]
    • Wij, mannen, zijn stom, bekrompen, achterlijk genoeg, ons nog in harnassen te pressen. [7]
    1. uitpersen (van vocht)
      • 't Gezigtje zoo styf in de tressen,
        Als waer er azyn uit te pressen.
         [8]
    2. persen van kledingstukken
      • De leermeistjes plooiden in 't mangelhuis bij de mangel: drie houten rollen die wij overhands met de hand moesten draaien om 't wasgoed, allee ‘'t platgoed’ te pressen: lakens, ammelakens, servietten en zakneusdoeken. [9]
    3. haar met behulp van een verhitte kam ontkrullen
      • Voor mensen met kroeshaar was de vetkuif een lastige mode. Het haar moest ervoor ‘geprest’ worden; een pijnlijk proces waar hete kammen, vaseline en twee eieren bij gebruikt werden. [10]
      • Suave Concentrate heft onmiddellijk het verlies aan natuurlijke oliën van het haar op, dat te wijten is aan het pressen, straighten, shampooneren met sterke shampoo soorten of de invloeden van zon, wind en water. [11]
    4. (figuurlijk) onder druk zetten om iets te doen
      • Mensen zijn huiverig om hun kinderen te vragen meer te doen. „Je gaat toch niet je kinderen pressen om je te helpen!”, zegt Els Balkestein (74). [12]
      • Het afschuwelijkste was, dat getracht werd de geest geweld aan te doen door mensen te dwingen om te zeggen en te schrijven wat zij niet meenden. Deze poging om tot huichelarij te pressen was het allerverachtelijkst, (…) [13]
    5. (figuurlijk) krachtig tegen zich aandrukken
      • ‘Ik wilde juist opstappen,’ zei Preiselbeer tegen de dokter die hem de hand drukte, zoals de mensen altijd doen wanneer ze elkander tevergeefs op deze wijze bevoelen om te weten te komen of zij met een vriend of een vijand te maken hebben. Mij is telkens gebleken dat het handdrukken evenals het schouders omvatten en het monden en borsten tegen elkaar pressen, deel uitmaken van het onderlinge verraad, maar desondanks steeds weer worden toegepast. [14]
  2. (sport) een tegenstander voortdurend blijven aanvallen of een hoog speltempo aanhouden met de bedoeling zo fouten af te dwingen waardoor voordeel behaald kan worden
    • Jagen en pressen, kleven en schaven, rennen en buitelen. Vechtjas tussen de linies, maar sociaal buiten het stadion. [15]
  3. (verouderd) overgankelijk afdwingen of opeisen voor de krijgsmacht
    1. (mensen) tot krijgsdienst dwingen
      • Nog eenige eeuwen lang blijft soldaat in hoofdzaak een zelfgekozen beroep en niet een zeer gezien beroep. Geheel vrijwillig was overigens die beroepskeuze lang niet altijd, getuige bij voorbeeld het pressen voor den zeedienst in Engeland. [16]
    2. (dieren, goederen) opeisen voor militair gebruik
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1.4] de voogd pressen
    seks hebben

Verwijzingen

  1. "pressen" in: Sijs, N. van der Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. 2e druk (2002) Veen, Amsterdam / Antwerpen; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. pressen op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. pressen op website: Etymologiebank.nl
  6. Cafmeyer, M. "Bij de velleploter aan de Langereie te Brugge" in: Biekorf. jrg. 75 nr. 7/10 (zomer 1974) E. Vercruysse en Zoon, St.-Andries; p. 238; geraadpleegd 2018-04-22
  7. Vermeulen, M. "In het Nauw door Hugo Reynst. Parijs, 23 Februari." in: Soerabaiasch Handelsblad jrg. 78 nr. 90 (22 april 1930); p. 1 kol. 1; geraadpleegd 2018-04-21
  8. Gezelle, G. "Fransche bloemen" geciteerd in: Iseghem, J. van "De Averulle en de Blomme. Een verhaal over roekeloze meikevers" in: Dietsche Warande en Belfort. jrg. 135 nr. 2 (april 1990) Uitgeverij Peeters, Leuven; p. 222; geraadpleegd 2018-04-22
  9. Cafmeyer, M. "Strijksters op Sint-Gillis" in: Biekorf. jrg. 71 nr. 3/4 (maart/april 1970) E. Vercruysse en Zoon, St.-Andries; p. 91; geraadpleegd 2018-04-22
  10. Helder, L. "Hoe de vetkuif in Nederland kwam" in: Hoving, I. e.a. (red.) Cultuur en migratie in Nederland. Veranderingen van het alledaagse 1950-2000. deel 1 (2005) Sdu Uitgevers, Den Haag; ISBN 90 12 09773 8; p. 36; geraadpleegd 2018-04-22
  11. Ali's Drugstore advertentie in: Vrije Stem nr. 831 (8 juni 1970); p. 3 kol. 1; geraadpleegd 2018-04-21
  12. Bos, K. & F. Rusman Goede zorg krijg je niet zomaar (6 januari 2017) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2018-04-21
  13. Drees, W. (red. K. Voskuil) Drees aan het woord. (1952) De Arbeiderspers, Amsterdam; p. 151; geraadpleegd 2018-04-22
  14. Helman, A. Mijn aap lacht. 2e druk (1991) In de Knipscheer, Amsterdam; ISBN 90 6265 702 8; p. 189; geraadpleegd 2018-04-22
  15. Meijer, H. Cultheld ‘JP’, de jongen van de stad (28 januari 2018) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2018-04-21
  16. Huizinga, J. Geschiedwetenschap / hedendaagsche cultuur. Verzameld werk VII. (1950) Tjeenk Willink & Zoon, Haarlem; p. 527; geraadpleegd 2018-04-22

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.


Noors

Woordafbreking
  • pres·sen
Naar frequentie 2254

Zelfstandig naamwoord

pressen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van press

Zelfstandig naamwoord

pressen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van presse
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • pres·sen

Zelfstandig naamwoord

pressen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van press