pingelen
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pin·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘afdingen’ voor het eerst aangetroffen in 1865 [1]
- [1] klanknabootsing van het geluid dat het maakt, vergelijk Engels "to pink"
- [2] wellicht klanknabootsing van onsamenhangend aangeslagen snaren
- [3] mogelijk van ping ping of verwant aan Nedersaksisch (Westfaals) Pinkel "pietje precies, mierenneuker" [2][3][4][5]
- [5] mogelijk verwant aan Nedersaksisch pinken "pikken, slaan" [6]
Werkwoord
pingelen
stamtijd | ||
---|---|---|
onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
pingelen |
pingelde |
gepingeld |
zwak -d | volledig |
- (techniek) te vroeg en ongecontroleerd ontbranden van een brandstof in een verbrandingsmotor
- (pejoratief) slecht pianospelen, slecht gitaarspelen
- De grote sterkte van Ramkoers als muziektheater zit in de vaart waarmee het collectief nieuwe munitie opvoert. De naaimachine is nog niet uitgezongen of er passeert een rad waarin de pianist overkop gaat terwijl hij onverstoord blijft pingelen. De trukendoos van Bot is net groot genoeg om te blijven verrassen. [7]
- (handel) proberen korting te krijgen
- (voetbal) zonder overspelen proberen een doelpunt te maken waarbij verschillende tegenstanders voorbij gespeeld moeten worden
- Met weemoed dacht ik terug aan de trainingen bij mijn amateurclub. Een paal met één lamp die een zee van modder bescheen. En maar glijden, pingelen, lachen. Het is niet meer van deze tijd, ik weet het heel goed. Maar dat weerhoudt je er als speler in het Nederlands elftal niet van om met plezier op zo’n blubberveld te staan. [8]
- (verouderd) priegelen op fijn naaiwerk [9]
Synoniemen
- [1] kloppen
- [3] afdingen, marchanderen, sjacheren
- [4] dribbelen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
3. (handel) proberen korting te krijgen
Gangbaarheid
- Het woord pingelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek uit 2013 werd "pingelen" herkend door:
97 % | van de Nederlanders; |
92 % | van de Vlamingen.[10] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "pingelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ pingelen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "Pingel" op pagina: Das Wörterbuch. All Wöör Region Braunschweiger Land op website: ndr.de; geraadpleegd 2017-10-01
- ↑ Elias, C.Ein Pingel sein (27 oktober 2008) op website: dolmetscher-berlin.blogspot.nl; geraadpleegd 2017-10-01
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ de Standaard DONDERDAG 17 AUGUSTUS 2017
- ↑ NRC Wilfried de Jong 13 november 2016
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Klanknabootsing in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Pejoratief in het Nederlands
- Handel in het Nederlands
- Voetbal in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %