afdingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·din·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afdingen
dong af
afgedongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

afdingen

  1. inergatief ~ op: door onderhandelen een prijs omlaag zien te krijgen
    • We hebben op die markt flink af staan dingen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.