bont

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bont
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bont bonter bontst
verbogen bonte bontere bontste
partitief bonts bonters -

Bijvoeglijk naamwoord

bont

  1. met veel verschillende felle kleuren
    Dat is wel een heel bont schilderij.
  2. bonte verzameling: een verzameling met heel veel van elkaar verschillende elementen
    Een bonte verzameling van studenten, medewerkers en ‘fulltime’ actievoerders ageren tegen „het rendementsdenken”. Wat opvalt: de critici zijn behendig in het bespelen van de pers door de inzet van social media. Instrumenten die de mensen in de top van de universiteit amper beheersen.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand bont en blauw slaan
iemand slaan tot deze er blauwe plekken van overhoudt
  • het erg bont maken
zich extreem gedragen, veel te ver gaan
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord bont -
verkleinwoord bontje bontjes

Zelfstandig naamwoord

bont o

  1. dierenhuid met vacht
    Volgens mij houdt ze eigenlijk niet van bont.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Hugo Logtenberg NRC 11 juni 2016