pap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pap
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘halfvloeibaar voedsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pap pappen
verkleinwoord papje papjes

Zelfstandig naamwoord

pap v/m

  1. (voeding) een gerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel.
Overerving en ontlening
Vertalingen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Er wel pap van lusten
Iets heel lekker/leuk e.d. vinden
  • Er pap op leggen
Stoppen met werken
  • Daar kan ik mijn pap niet mee koelen
Daar heb ik niets aan; dat is niets waard
  • Geen pap meer kunnen zeggen
Helemaal vol met eten zitten; erg moe of uitgeput zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
pappen

pap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pappen
    • Ik pap. 
  2. gebiedende wijs van pappen
    • Pap! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pappen
    • Pap je? 

Verwijzingen