papperig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pap·pe·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van pap met het achtervoegsel -erig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen papperig papperiger papperigst
verbogen papperige papperigere papperigste
partitief papperigs papperigers -

Bijvoeglijk naamwoord

papperig

  1. de consistentie hebben van pap
    • Hij had de macaroni te lang gekookt zodat ze nu papperig was in plaats van al dente. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.