paplepel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pap·le·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paplepel paplepels
verkleinwoord paplepeltje paplepeltjes

Zelfstandig naamwoord

paplepel m

  1. (huishouden) kleine lepel waarmee een kind pap gevoerd wordt
Uitdrukkingen en gezegden
  • met de paplepel ingeven
    • van kleins af aan meekrijgen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen