overgaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overgaan
ging over
overgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

overgaan

  1. ergatief van de ene toestand in de andere veranderen
    • Langzaam gaat het water over in ijs. 
  2. ergatief iets anders gaan gebruiken
    • We gaan over op aardgas. 
  3. ergatief veranderen in
    • De onderkant van de stengel gaat over in de wortel. [1]
  4. ergatief van eigenaar veranderen
    • De boerderij ging over op zijn zoon toen hij overleed. 
     `Heeft het hotel een nieuwe eigenaar?' vroeg ik.
    `Onlangs is Grand Hotel Europa overgegaan in Chinese handen,' zei hij. 'De nieuwe eigenaar heet meneer Wang. Het gaat om een recente ontwikkeling die we op dit moment onmogelijk kunnen beoordelen.
    [1]
  5. ergatief op school naar een hogere klas gaan
    • Ben je overgegaan? 
  6. ergatief minder worden en uiteindelijk weggaan
    • De pijn zal vanzelf overgaan, er zijn geen pillen nodig. 
  7. ergatief eroverheen gaan
    • We wilden net de zebra overgaan toen er een ambulance aankwam. 
  8. ergatief een belsignaal laten klinken
    • De telefoon ging over, maar niemand nam hem op. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16