overgaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overgaan
ging over
overgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

overgaan

  1. ergatief van de ene toestand in de andere veranderen
    • Langzaam gaat het water over in ijs. 
  2. ergatief iets anders gaan gebruiken
    • We gaan over op aardgas. 
  3. ergatief veranderen in
    • De onderkant van de stengel gaat over in de wortel. [1]
  4. ergatief van eigenaar veranderen
    • De boerderij ging over op zijn zoon toen hij overleed. 
  5. ergatief op school naar een hogere klas gaan
    • Ben je overgegaan? 
  6. ergatief minder worden en uiteindelijk weggaan
    • De pijn zal vanzelf overgaan, er zijn geen pillen nodig. 
  7. ergatief eroverheen gaan
    • We wilden net de zebra overgaan toen er een ambulance aankwam. 
  8. ergatief een belsignaal laten klinken
    • De telefoon ging over, maar niemand nam hem op. 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.