Naar inhoud springen

transfer

Uit WikiWoordenboek
  • trans·fer
enkelvoud meervoud
naamwoord transfer transfers
verkleinwoord transfertje transfertjes

detransferm of hettransfero

  1. handeling waarbij de beschikking over iets van de een naar de ander overgaat
  2. (sport) overgang naar een andere club van een beroepssporter, waarbij het contract met de oude club vervroegd wordt beëindigd volgens daarvoor geldende regels
  3. (toerisme) vervoer voor gasten van een hotel van en naar een vliegveld
  4. iets dat wordt gebruikt als middel om iets anders over te brengen
  5. (financieel) overmaking van geld over landsgrenzen
  6. (regering) (België) geldstroom van een groot deel van de staat naar een ander groot deel ervan
  7. (sport) (bridge) bieding in een tussen partners afgesproken kleur om de andere partner te brengen tot een bod in een andere afgesproken kleur
98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[3]
vervoeging
onbepaalde wijs to  transfer 
he/she/it  transfers 
verleden tijd  transferred 
voltooid
deelwoord
 transferred 
onvoltooid
deelwoord
 transferring 
gebiedende wijs  transfer 

transfer

  1. overgankelijk overbrengen, overdragen
enkelvoud meervoud
transfer transfers

transfer

  1. overbrenging, overdracht, transfer
  • IPA: /transfɛr/
  • trans·fer

transfer monbezield

  1. transfer, overdracht
  2. (sport) transfer; de overstap van een sporter van één club naar een andere
  1. převod monbezield