roetmop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Scheldwoord
Dit woord kan als aanstootgevend worden ervaren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roet·mop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roetmop roetmoppen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roetmop v/m [1]

  1. (scheldwoord) iemand met een donker gekleurde huid
    • Simons kwam vorig jaar in een digitale shitstorm terecht. Nadat ze had aangekondigd in de politiek te stappen, werd ze doelwit van duizenden haatberichten. Ze werd onder andere uitgescholden voor ‘bokito’ en ‘roetmop’. Het verst ging een man die een lynchfilmpje had gemaakt waarin haar hoofd was gemonteerd op slachtoffers van de Ku Klux Klan. [2] 
    • Het besluit van RTL om Zwarte Piet dan toch maar in te ruilen voor een minder atletisch roetslaafje hield de gemoederen flink bezig. Ook bij de VVD. Eerder dit jaar had Halbe Zijlstra zich al hardop afgevraagd of ze bij de HEMA 'helemaal van het padje waren' toen ze daar Vrolijk Voorjaar op de paasfolder hadden gezet. En toen mensen zich beklaagden over het surplus aan roetmop van Monsieur Cannibale waren die volgens Halbe ook 'helemaal van het padje'. En nu dus RTL. Niet meer op het padje. Met een hartverscheurende emovlog probeerde hij de wat liberalere Henks en Ingrids te lokken. Het was 'een domme zet', 'een slechte zaak', 'RTL vermoordde het Sinterklaasfeest'. [3] 
    • Justus van Maurik, een groot kenner van het plat-Amsterdams, gebruikte het in 1886, maar erg bekend bleek het toen nog niet te zijn. „De roetmop, Markus? Weten de heeren niet wat dat is? Zoo noemen wij menschen een neger. Ze hebben allemaal van die mopneuzen, weet u! En dan zoo zwart als roet.” [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard VRIJDAG 19 MEI 2017
  3. Volkskrant Melle Runderkamp Simon Hendriksen 29 oktober 2016
  4. NRC Ewoud Sanders 18 november 2013