Naar inhoud springen

brick

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
brick bricks

brick

  1. baksteen
vervoeging
onbepaalde wijs to  brick 
he/she/it  bricks 
verleden tijd  bricked 
voltooid
deelwoord
 bricked 
onvoltooid
deelwoord
 bricking 
gebiedende wijs  brick 
  1. Een apparaat (zoals een computer of smartphone) laten stoppen met werken door er software op te installeren


  • Geattesteerd sinds de 18de eeuw. Van Engels brig, met dezelfde betekenis, wat weer een verkorting was van brigantine, afkomstig van Middelfrans brigantin. De Franse "k" is afkomstig van een slechte Franse interpretatie van de eindmedeklinkers uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  brick     le brick     bricks     les bricks  

brick m

  1. (scheepvaart) brik [B], een soort zeilschip