brick
Uiterlijk
- Geluid: brick (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /brɪk/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| brick | bricks |
brick
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to brick |
| he/she/it | bricks |
| verleden tijd | bricked |
| voltooid deelwoord |
bricked |
| onvoltooid deelwoord |
bricking |
| gebiedende wijs | brick |
- Een apparaat (zoals een computer of smartphone) laten stoppen met werken door er software op te installeren
- Geattesteerd sinds de 18de eeuw. Van Engels brig, met dezelfde betekenis, wat weer een verkorting was van brigantine, afkomstig van Middelfrans brigantin. De Franse "k" is afkomstig van een slechte Franse interpretatie van de eindmedeklinkers uit het Engels [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| brick | le brick | bricks | les bricks |
brick m
- (scheepvaart) brik [B], een soort zeilschip
- ↑ brick (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Scheepvaart in het Frans