zwabberen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwab·be·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwabberen
zwabberde
gezwabberd
zwak -d volledig

Werkwoord

zwabberen

  1. heen en weer bewegen, zwalken
  2. overgankelijk het reinigen met een zwabber
    • Die huisvrouw zwabbert elke dag. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een zwabberend beleid
Een wispelturig beleid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen