middenstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·den·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord middenstuk middenstukken
verkleinwoord middenstukje middenstukjes

Zelfstandig naamwoord

middenstuk o

  1. deel in het midden dus zeker niet het begin- of eindstuk.
    • Het middenstuk is soms in één deel, soms in twee delen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.