middenas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·den·as
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord middenas middenassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

middenas v/m [1]

  1. het midden van een weg
    • Op het moment dat de Bunniker op de middenas van de weg stond, kwam een 50-jarige automobilist uit Woerden uit de richting van de Klaproosweide aanrijden. [2] 
    • Zowel Enschede als Hengelo heeft de financiering rond voor de aanleg van de busbaan tussen beide steden. De busbaan - die ter hoogte van de UT tot aan de gemeentegrens van Hengelo gelijkvloers wordt aangelegd loopt over de middenas van de Hengelosestraat en krijgt onderweg drie opstappunten, die worden voorzien van moderne bushokjes. Het autoverkeer heeft straks in beide richtingen nog maar één rijkstrook tot haar beschikking. [3] 
  2. de hoofdas van een elips
    • Een team van archeologen, astronomen en Aboriginal-adviseurs heeft ontdekt dat de stenen van Wurdi Youang wijzen naar waar de zon ondergaat op de kortste en langste dag van het jaar. De middenas wijst naar de equinox, het tijdstip waarop de dag even lang is als de nacht en de zon loodrecht op de evenaar staat. Ook zou uit de positie van de stenen blijken dat de bouwers metingen deden aan de beweging van de sterren. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.


Verwijzingen