middenrif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·den·rif
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord middenrif middenriffen
verkleinwoord middenrifje middenrifjes

Zelfstandig naamwoord

middenrif o

  1. (biologie), (anatomie) spier- en peesachtig tussenschot tussen borstholte en buikholte
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie