Naar inhoud springen

mans

Uit WikiWoordenboek
  • mans
stellend
onverbogen mans
verbogen (alleen
predicaat)

[A] mans

  1. tot iets in staat
    • Deze mierensoort is heel wat mans. 

mans

  1. genitief mannelijk  van man, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
enkelvoud meervoud
naamwoord mans mansen
verkleinwoord mansje mansjes

[B]demansm

  1. geldbakje (van een muzikant)
96 %van de Nederlanders;
86 %van de Vlamingen.[4]
1e persoonenkelvoudmeervoud
naamvalmvmv
nominatiefmansmanamanimanas
genitiefmanamanasmanumanu
datiefmanammanaimaniemmanām
accusatiefmanumanumanusmanas
instrumentalismanumanumaniemmanām
locatiefmanāmanāmanosmanās
vocatiefmansmanamanimanas

mans

  1. mijn, van mij (bij het enkelvoud van een mannelijk woord in de nominatief of vocatief)
Naar frequentie 2123

mans

  1. genitief mannelijk  van man