manas
Uiterlijk
manas
- mijn, van mij (bij het enkelvoud van een vrouwelijk woord in de genitief of het meervoud van een vrouwelijk woord in de nominatief, accusatief of vocatief)
| vervoeging van |
|---|
| manar |
manas
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van manar