lup

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
Woordafbreking
  • lup

Zelfstandig naamwoord

lup v

  1. (anatomie) lip


Pools

Uitspraak
Woordafbreking
  • lup

Zelfstandig naamwoord

lup

  1. genitief meervoud van lupa
Gelijkklinkende woorden


Roemeens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

lup m

  1. wolf


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • lup
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *lupъ

Zelfstandig naamwoord

lup monbezield

  1. rooftocht; de activiteit van het stelen
    «Zloděj se vydal na lup
    De dief ging op rooftocht.
  2. buit; dingen of geld die op een oneerlijke manier verkregen is
    «Zloděj odvážel svůj lup v zavazadlovém prostoru auta.»
    De dief bracht zijn buit weg in de kofferbak van de auto.
Verbuiging
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
  1. loupení o, loupež
  2. kořist
Verwante begrippen

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

lup monbezield

  1. (meestal in meervoud) roos; aandoening van de hoofdhuid die schilfers veroorzaakt
Verbuiging
Schrijfwijzen

Meer informatie

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

lup

  1. genitief meervoud van lupa

Werkwoord

lup

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord loupit

Tussenwerpsel

lup

  1. krak; het geluid bij kraken
Verwante begrippen

Verwijzingen