lub

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lub
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lub lubben
verkleinwoord lubje lubjes

Zelfstandig naamwoord

lub [2] [3]

  1. plooi in kraag of mouw
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen

Werkwoord

vervoeging van
lubben

lub

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lubben
    • Ik lub. 
  2. gebiedende wijs van lubben
    • Lub! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lubben
    • Lub je? 

Gangbaarheid

Verwijzingen


Pools

Uitspraak
Woordafbreking
  • lub
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *ljubo

Voegwoord

lub

  1. of
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen

Werkwoord

lub

  1. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van lubić


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • lub

Zelfstandig naamwoord

lub monbezield

  1. (muziekinstrument) zijwand
Verbuiging
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Verwijzingen