lok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lok
enkelvoud meervoud
naamwoord lok lokken
verkleinwoord lokje lokjes

Zelfstandig naamwoord

lok v/m [1] [2]

  1. haarlok, pluk haar
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lokken

lok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
    • Ik lok. 
  2. gebiedende wijs van lokken
    • Lok! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
    • Lok je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie