lokaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lok·aas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lokaas lokazen
verkleinwoord lokaasje lokaasjes

Zelfstandig naamwoord

lokaas o [1]

  1. een stukje vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen
    • Zeepieren worden door vissers vaak als lokaas gebruikt. 
  2. (figuurlijk) wat iemand tot iets verlokt
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen