lokaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lok·aas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lokaas lokazen
verkleinwoord lokaasje lokaasjes

Zelfstandig naamwoord

lokaas o

  1. een stukje vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen
    • Zeepieren worden door vissers vaak als lokaas gebruikt. 
  2. (figuurlijk) wat iemand tot iets verlokt
    lokaas bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
    lokaas bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie