lift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lift
1 enkelvoud meervoud
naamwoord lift liften
verkleinwoord liftje liftjes
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hijstoestel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1891 [1]
2 enkelvoud meervoud
naamwoord lift -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lift m

  1. (techniek) een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
    • - De mensen zaten twee uur lang vast in de lift. 
  2. (natuurkunde) de draagkracht van een vliegtuig
    • Door het principe van Bernoulli en een wet van Newton kunnen we begrijpen hoe lift wordt geproduceerd. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de lift zitten
het gaat steeds beter
Wat ik dus totaal niet snap op kantoor, is de uitdrukking ‘in de lift zitten’. Als in: ‘hij zit in de lift’, ‘de afdeling sales zit weer in de lift’ of ‘ik heb het idee dat we sinds de zomer in de lift zitten’. Bedoeld wordt: het gaat lekker, we gaan lekker, het gaat beter, maar als ík het hoor, denk ik altijd ‘getsie’. Want als er één plek op kantoor is waar alle jeukwoorden, burn-outs, depressies, allergieën en ellende samenkomen, is het wel de lift. Doos des doods, hok van de hel, schacht naar de schemer, voorportaal van het vagevuur. Het grijnzende gat waar claustrofobie, tunnelvisie en uitzichtloosheid materialiseren. [2]
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
liften

lift

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van liften
  2. gebiedende wijs van liften

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to lift
he/she/it lifts
verleden tijd lifted
voltooid
deelwoord
lifted
onvoltooid
deelwoord
lifting
gebiedende wijs lift

Werkwoord

lift

  1. opheffen
  2. stelen