hiss

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
hiss -

Zelfstandig naamwoord

hiss

  1. geruis, gesis
    «His voice trailed off into a hiss
    Zijn stem stierf af in gefluister.
vervoeging
onbepaalde wijs to  hiss 
he/she/it  hisss 
verleden tijd  hissed 
voltooid
deelwoord
 hissed 
onvoltooid
deelwoord
 hissing 
gebiedende wijs  hiss 

Werkwoord

hiss

  1. sissen, ruisen
    «The snake hissed menacingly.»
    De slang siste dreigend.