liften

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Liften.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lif·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lichaamscorrectie ondergaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1997 [1]
  • In de betekenis van ‘gratis meerijden in andermans auto’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
liften
liftte
gelift
zwak -t volledig

Werkwoord

liften

  1. (verkeer) het, met een langs de weg aangehouden auto, als gratis passagier meerijden
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

liften mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lift

Verwijzingen