Naar inhoud springen

alert

Uit WikiWoordenboek
  • alert
[A] stellendvergrotendovertreffend
onverbogen alertalerteralertst
verbogen alertealerterealertste
partitief alertsalerters-

[A] alert

  1. oplettend, snel reagerend
    • De alerte arts zag direct dat het niet goed ging met de patiënt. 
     'Wat een ernstige ogen,' zei ze tegen Teresa, terwijl ze haar penseel in de verf op haar palet doopte. 'Zo donker en alert boven dat kleine wipneusje van je.' Jij en Isaac zitten als een houtsnede in mijn geheugen gegrift.[3]
     Over het algemeen was hij iets feller en alerter dan Dennis, die meestal de kat uit de boom keek.[4]
     Een alerte observator ziet dat literatuur en kunst bol staan van homoseksuele verwijzingen.[5]
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord alert alerts
verkleinwoord alertje alertjes

[B]alert v/m/o

  1. waarschuwingsbericht
98 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[6]


stellend vergrotend overtreffend
alert
alerter
am alertesten
alle verbuigingsvormen

alert

  1. alert


stellend vergrotend overtreffend
alertmore alertmost alert

alert

  1. alert, waakzaam
  2. levendig

alert

  1. alarmsignaal
  2. waarschuwing
vervoeging
onbepaalde wijs to  alert 
he/she/it  alerts 
verleden tijd  alerted 
voltooid
deelwoord
 alerted 
onvoltooid
deelwoord
 alerting 
gebiedende wijs  alert 

alert

  1. overgankelijk alarmeren, waarschuwen