alert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alert
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijdehand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1751 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen alert alerter alertst
verbogen alerte alertere alertste
partitief alerts alerters -

Bijvoeglijk naamwoord

alert

  1. oplettend, snel reagerend
    • De alerte arts zag direct dat het niet goed ging met de patiënt. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

alert

  1. alert


Engels

Bijvoeglijk naamwoord

alert

  1. alert

Zelfstandig naamwoord

alert

  1. signaal