innig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen innig inniger innigst
verbogen innige innigere innigste
partitief innigs innigers -

Bijvoeglijk naamwoord

innig

  1. van binnen gevoeld, intiem, vurig, zeer.
    • Zij hebben na 25 jaar huwelijk nog steeds een innige en liefdevolle relatie met elkaar. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen