innig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·nig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen innig inniger innigst
verbogen innige innigere innigste

Bijvoeglijk naamwoord

innig

  1. van binnen gevoeld, intiem, vurig, zeer.
    Zij hadden elkaar ook na 25 jaar huwlijk innig lief.