zwierig
Uiterlijk
- zwie·rig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zwierig | zwieriger | zwierigst |
| verbogen | zwierige | zwierigere | zwierigste |
| partitief | zwierigs | zwierigers | - |
zwierig
- met zwier; elegant, bevallig.
- Een zwierige dame, gebruikt als bn.
- Een zwierig mooie dame, gebruikt als bw.
- ▸ In plaats daarvan haalde Amy een fles witte wijn uit de koelkast en schonk met een zwierig gebaar twee niet bij elkaar horende glazen vol.[2]
- Het woord zwierig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwierig" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ zwierig op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Amanda Block“De verloren verteller” (2021), The house of books, ISBN 9789044363647
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be