opgewekt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·wekt
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen opgewekt
verbogen opgewekte

Bijvoeglijk naamwoord

opgewekt

  1. in een actieve en positieve stemming
    Hij was in opgewekte bui.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
opwekken

opgewekt

  1. voltooid deelwoord van opwekken
    De door de windmolen opgewekte stroom wordt aan het net afgegeven.