opgewekt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·wekt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opgewekt opgewekter opgewektst
verbogen opgewekte opgewektere opgewektste
partitief opgewekts opgewekters -

Bijvoeglijk naamwoord

opgewekt

  1. in een actieve en positieve stemming
    Hij was in opgewekte bui.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
opwekken

opgewekt

  1. voltooid deelwoord van opwekken
    De door de windmolen opgewekte stroom wordt aan het net afgegeven.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.