lauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lauw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lauw lauwer lauwst
verbogen lauwe lauwere lauwste
partitief lauws lauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

lauw

  1. een temperatuuraanduiding die tussen warm en koud ligt
    Hij vindt het niet lekker om zich met lauw water te wassen.
  2. (figuurlijk) weinig zeggend, onverschillig
    Een lauwe reactie.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.