calme
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
calme | calmes |
calme
| vervoeging van |
|---|
| calmer |
calme
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van calmer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van calmer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van calmer
| vervoeging van |
|---|
| calmar |
calme