lekker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lek·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aangenaam van smaak of geur’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1] [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lekker lekkerder lekkerst
verbogen lekkere lekkerdere lekkerste
partitief lekkers lekkerders -

Bijvoeglijk naamwoord

lekker

  1. aangenaam van smaak
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • veilig en lekker gemakkelijk
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

lekker

  1. lekker; aangenaam van smaak


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

lekker

  1. lekker; aangenaam van smaak