deilig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • dei·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse woord degelich (van dege); verwant met het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord deugdelijk
Naar frequentie 1313
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud deilig deiligere deiligst
o enkelvoud deilig
meervoud deilige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
deilige deiligere deiligste

Bijvoeglijk naamwoord

deilig

  1. heerlijk
    «Sommer og sol er deilig
    De zomer en de zon zijn heerlijk!
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Bijwoord

deilig

  1. heerlijk