light

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
light lights

Zelfstandig naamwoord

light

  1. (natuurkunde) licht
vervoeging
onbepaalde wijs to light
he/she/it lights
verleden tijd lighted
voltooid
deelwoord
lighted
onvoltooid
deelwoord
lighting
gebiedende wijs light

Werkwoord

light

  1. bijlichten, verlichten
    «Can you light up this room?»
    Kan je deze kamer verlichten?
  2. aansteken
    «I need to light my candle.»
    Ik moet mijn kaars aansteken.


Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
light lighter lightest

light

  1. licht
    «This car is very light»
    Deze auto is heel licht.