light

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • light
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
stellend
onverbogen light
verbogen
partitief lights

Bijvoeglijk naamwoord

light

  1. met een claim van minder schadelijke stoffen bevattend
    Light sigaretten worden verkocht als minder schadelijk, maar zijn zeker zo ongezond als gewone sigaretten. De term light (bij sigaretten) is daarom misleidend en inmiddels verboden in de EU
  2. caloriearm
Afgeleide begrippen


Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
light lights

Zelfstandig naamwoord

light

  1. (natuurkunde) licht
vervoeging
onbepaalde wijs to light
he/she/it lights
verleden tijd lighted
voltooid
deelwoord
lighted
onvoltooid
deelwoord
lighting
gebiedende wijs light

Werkwoord

light

  1. bijlichten, verlichten
    «Can you light up this room?»
    Kan je deze kamer verlichten?
  2. aansteken
    «I need to light my candle.»
    Ik moet mijn kaars aansteken.


Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
light lighter lightest

light

  1. licht
    «This car is very light»
    Deze auto is heel licht.