landbouwhuisdier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·bouw·huis·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landbouwhuisdier landbouwhuisdieren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

landbouwhuisdier o

  1. (landbouw) beesten die mensen in de eerste plaats houden om er nut van te hebben
    • Embryosplitsing is al langer beproefd, bijvoorbeeld bij landbouwhuisdieren zoals koeien en schapen. [1]
Antoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen