akkerbouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ak·ker·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord akkerbouw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

akkerbouw m [1]

  1. (landbouw) aanbouw van gewassen in de volle grond, met uitzondering van groenten en fruit
     De vuren zijn meestal aangestoken door boeren. Zij verbranden bossen om de grond leeg te maken. Die grond gebruiken ze dan voor akkerbouw en veeteelt.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron nieuwsbegrip.nl “Bosbranden in het Amazonegebied” (26-8-2019), CED-groep