lak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Lak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een harsachtig product, verf’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord lak lakken
verkleinwoord lakje lakjes

Zelfstandig naamwoord

lak m (soms o)

  1. een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen die gebruikt wordt voor de bescherming van o.a. hout, metaal en verf
  2. ergens lak aan hebben: zich er niets van aantrekken
    • Ik heb lak aan hun kritiek (Het kan me niet schelen wat zij aan te merken hebben) 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
lakken

lak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lakken
    • Ik lak. 
  2. gebiedende wijs van lakken
    • Lak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lakken
    • Lak je? 

Verwijzingen


Nynorsk

Woordafbreking
  • lak

Werkwoord

lak

  1. verleden tijd van leke