lakzegel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

lakzegel
Uitspraak
Woordafbreking
  • lak·ze·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lakzegel lakzegels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lakzegel m

  1. een door middel van een stempelafdruk gemaakt waarborg voor de echtheid van een fysiek document (bijvoorbeeld een oorkonde) of in het geval van bijvoorbeeld een envelop of een deur ook een waarborg dat deze niet ongeautoriseerd geopend en hersloten is (en in het geval van een envelop ook een waarborg dat deze niet is geopend en de inhoud in een nieuwe envelop is gestopt), en dus ook een waarborg dat de inhoud nog de originele is, en ook niet ongeautoriseerd gelezen/bekeken is
    • Het is dat we in 2017 leven en gravin Leila wars is van gewichtig gedoe, anders kon dit zomaar een op geschept papier, met ganzenveer geschreven uitnodiging zijn, voorzien van een rode lakzegel. Toch is die verheven aandacht voor de Nationale Wandeldag op zondag 24 september geheel terecht. [1] 
    • Tot slot zullen we in 2015 allemaal bij elkaar kruipen. Cocoonen wordt weer helemaal in. Er zullen, na de privacyschendende dreigingen van onder andere Facebook, weer ouderwets brieven met lakzegels worden verstuurd, telefoontjes naar vaste lijnen worden gepleegd, gesprekken worden gevoerd in supermarkten en op dorpspleinen zonder bang te hoeven zijn dat de inhoud daarvan zal worden gebruikt in vage reclamecampagnes. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De Telegraaf JOOP DUIJS 16 sep. 2017 Van kasteel... naar klooster
  2. HP de Tijd JOHANNA GEELS 31 DEC 2014 Moven met die shit! Wat staat ons te wachten in 2015?