kundig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kun·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kundig kundiger kundigst
verbogen kundige kundigere kundigste
partitief kundigs kundigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kundig

  1. in staat vaardigheden toe te passen
    • Hij is een kundig onderzoeker. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen