kundig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kun·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kundig kundiger kundigst
verbogen kundige kundigere kundigste
partitief kundigs kundigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kundig

  1. in staat vaardigheden toe te passen
    Hij is een kundig onderzoeker.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl