capabel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pa·bel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen capabel capabeler capabelst
verbogen capabele capabelere capabelste
partitief capabels capabelers -


Bijvoeglijk naamwoord

capabel

  1. iemand die in staat is zijn functie na behoren uit te voeren
    - Hij is een capabele medewerker.
    - Beroemde verzameling biografieën van Romeinse heersers uit de 2de en 3de eeuw. Soms zat er een capabel mens op het pluche, soms een ‘perverse krankzinnige’, onder wie Marcus Aurelius Antoninus, beter bekend als Elagabalus of Heliogabalus, die vrouwen voor zijn wagen liet spannen en ereambten toekende aan mannen op basis van de grootte van hun geslacht.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
  1. NRC 20 mei 2016