staatkundig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staat·kun·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen staatkundig staatkundiger staatkundigst
verbogen staatkundige staatkundigere staatkundigste
partitief staatkundigs staatkundigers -

Bijvoeglijk naamwoord

staatkundig

  1. betrekking hebbend op de staatkunde
  2. betrekking hebbend op de staat

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.