rekenkundig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ken·kun·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rekenkundig rekenkundiger rekenkundigst
verbogen rekenkundige rekenkundigere rekenkundigste
partitief rekenkundigs rekenkundigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rekenkundig

  1. volgens de leer van het rekenen
    • Het rekenkundig gemiddelde kan men bepalen door de som te nemen van alle elementen en dat te delen door het aantal elementen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.