onkundig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kun·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van kundig met het voorvoegsel on-.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onkundig onkundiger onkundigst
verbogen onkundige onkundigere onkundigste
partitief onkundigs onkundigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onkundig

  1. ergens niet van weten
  2. niet kundig, niet over kennis of vaardigheden beschikkend om iets bepaalds te kunnen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.