kuit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuit
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘visseneitjes’ voor het eerst aangetroffen in 1437 [1] [2] [3] [4]
1,2 enkelvoud meervoud
naamwoord kuit kuiten
verkleinwoord kuitje kuitjes

Zelfstandig naamwoord

kuit

  1. v/m (anatomie) achterzijde van het been tussen knie en enkel
  2. m (biologie) visseneitjes
  3. v/m (voeding) een bepaald soort bier gebrouwen van tarwe, haver en gerst
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Ergens haring of kuit van willen hebben
ergens precies alles van willen weten hoe het in elkaar steekt
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen