kuitvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuit·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kuitvis kuitvissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kuitvis m [1]

  1. vis die eitjes bevat
  2. vis met uitzonderlijk veel eitjes

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen