oesterkor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oes·ter·kor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oesterkor oesterkorren
verkleinwoord oesterkorretje oesterkorretjes

Zelfstandig naamwoord

oesterkor v/m

  1. een ijzeren raamnet waarmee op oesters gevist wordt
    • Het trekken van zware oesterkorren met open achterkant door de bedden met in de Oosterschelde verzaaide kweekoesters zorgt ervoor dat de groei van het pantser van de oester beperkt wordt. 

Gangbaarheid