boomkor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·kor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomkor boomkorren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boomkor m

  1. een visnet dat aan de voorkant open wordt gehouden door een 'boom' en dat over de bodem getrokken wordt
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
23 % van de Vlamingen.

Meer informatie