toebereiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·be·rei·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

toebereiden [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toebereiden
bereidde toe
toebereid
zwak -d volledig
  1. (kookkunst) eten klaarmaken
    • Dus liet hij het vrouwtje weten dat hij eerst, nog vooraleer de maaltijd te nuttigen, een vuur zou maken om bij het vallen van de duisternis de wilde dieren op afstand te houden. Daar was het vrouwtje zeer mee in haar schik, want zo zou ze haar met zoveel liefde toebereide stamppot warm kunnen serveren en de koekjes als dessert bewaren.[3] 
    • Een goede manier om aan strak keurslijvige feestdagen te ontkomen is het gezamenlijk toebereiden van een maaltje. En dat maaltje doet er dan eigenlijk minder toe dan het werk zelf. Zijn er gasten bij die nog nooit een deeg hebben gekneed, 80 procent van alle Nederlanders, ze zullen na deze feestdagen nooit meer vergeten hoe ze hun eigen brood bakten. En hoe het rook[4] 
    • Bij eerdere gelegenheid, nu lang geleden, was eens overdag een mooie partij eekhoornboleten verzameld en aan het eind van de dag in het halfduister zonder moeilijkheden toebereid, verorberd en, mag je aannemen, verteerd. Maar de volgende ochtend bleek dat het overgebleven restant boleten, bij wijze van spreken, lag te trillen van de duizenden wormpjes die erbinnen naar Lebensraum zochten. Sindsdien wordt het eekhoorntjesbrood gepasseerd.[5] 
  2. gereed maken
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. toebereiden op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard 27 JUNI 2009
  4. Volkskrant Wouter Klootwijk 20 december 2002
  5. NRC Karel Knip 27 oktober 2017